1. Skip to Menu
  2. Skip to Content
  3. Skip to Footer

 

Zwakkere fijne motoriek

 

De motorische ontwikkeling wordt in vier fasen doorlopen. Als deze fasen niet goed doorlopen worden, ontstaan er problemen. Vele onderzoeken uit de ontwikkelingspsychologie laten zien dat de motorische ontwikkeling en de cognitieve ontwikkeling niet los van elkaar bekeken kunnen worden. Door beweging worden namelijk de zintuigen én hersenen gestimuleerd, waardoor er verbindingen tussen beide hersenhelft gelegd worden die nodig zijn om cognitieve vaardigheden aan te leren.

Het grootste probleem ontstaat op het moment dat kinderen, die nog onvoldoende gelateraliseerd ( derde fase motorisch ontwikkeling ) zijn, handelingen moeten verrichten waar ze nog niet aan toe zijn. De lateralisatiefase stelt kinderen in staat om bewegingen te laten plaats vinden vanuit de pols en de vingers, en niet meer vanuit de hele arm. Dit is nodig om fijne motorische handelingen toe te passen zoals bij schrijven. Een achterstand in de motorische ontwikkeling heeft ook invloed op het leren lezen.

Bij beelddenkers zie je regelmatig een minder goed ontwikkelde fijne motoriek doordat ze een acherstand hebben in hun motorische ontwikkeling. Ze zijn er dan nog niet aan toe om te starten met lees- en schrijfonderwijs op het moment dat dit wordt aangeboden op school. Je ziet hen tijdens het schrijven dan bewegen vanuit hun schouder in plaats van hun pols. Daardoor schrijven ze verkrampt en hebben een slordig handschrift. Het schrijftempo is dan ook laag.

Vaak zie je bij deze kinderen ook dat ze wat meer moeite hebben met knippen en knutselen, dat ze wat onhandig zijn (veel vallen, stoten, dingen omstoten), een houterige motoriek hebben, minder plezier beleven aan bewegen of zelfs angst hebben voor bewegingssituaties ( schommelen, klimmen, springen ), moeite met doceren van beweging ( te hard of juist te zacht ), te weinig of teveel spierkracht, slappe of te hoge spierspanning, overschatten of onderschatten van zichzelf bij bewegingstaken. Linkshandigheid komt ook vaak voor onder beelddenkers.